Plotseling realiseer je je: spontaan leven is moeilijker geworden.

Een van mijn vrienden is portretschilder en hij liet zich ontvallen dat hij nooit in het Haags Gemeentemuseum was geweest. Nou ben ik toevallig een Hagenees en ik vond dus dat dat niet kon.

‘Eén van de mooiste musea van het land!’ riep ik opschepperig, want er zijn natuurlijk wel musea die net zo mooi of mooier zijn. Maar ik blijf een Haagse chauvinist tegenover het Amsterdamse geweld van mijn vriend. Hij beweert dat hij maar weinig naar Den Haag kon, omdat hij Amsterdam niet uit mocht zonder papieren. Grapje.

We plannen  een dag om naar Den Haag te gaan.

Op de dag zelf schiet mij ineens te binnen dat het met deze coronatijd  misschien wel moeilijk is om toegangskaartjes te krijgen. Op naar de site van het museum, en ja, alleen kaartjes  via het internet. En voor diezelfde middag: ongelooflijk, alles uitverkocht. Wat nu? Dan naar  het Mauritshuis, ook mooi. Wederom geen kaart meer te krijgen. Panorama Mesdag dan? Vol.

Jammer van de spontane actie, maar het ziet ernaar uit dat we geen museum gaan bezoeken. Met dank aan corona.

Mijn vriend begint woest op z’n telefoon te rammen. ’We kunnen naar het Haags Historisch Museum,’ zegt hij.

Ook goed, doen we dat. Het zit ongeveer tegenover het Torentje van de Minister-President op de Korte Vijverberg. Ik leer daar zomaar van alles over mijn stad. Dat het water waar de Regeringsgebouwen aan liggen eerst een klein meertje in een duinpan was en dat ze het hebben uitgegraven. Dat het uitgegraven zand een bergje vormde, vandaar Vijverberg. En ik zie tot mijn verwondering op een schilderij van 400 jaar oud dat aan het uiterlijk van die regeringsgebouwen niets veranderd is. Dat stelt gerust. Sommige dingen blijven zoals ze altijd geweest zijn, gelukkig, hoewel niet veel meer: Maison de Bonneterie wordt nu bewoond door H&M. Ik denk terug aan de verhalen van de verkoopsters van de sjieke Bonneterie vroeger, over hoe de Koningin daar kwam om haar ondergoed te kopen. En dat Koningin Wilhelmina er een keer was geweest om haar onderjurk te laten vermaken. Dat vonden wij  toen verhalen waar we van smulden. Wat dat betreft is er dan weer wel veel veranderd.

Uiteindelijk realiseer ik me dat als je geen internet hebt je twee keer op achterstand staat. Eén keer omdat je al niet meer meedoet met de cybermaatschappij en dan de tweede keer omdat je niet eens naar een museum kunt. Het gaat toch om maar liefst 453.000 mensen, niet niks, bijna 10 voetbalstadions vol.

9 september 2020