Het is eigenlijk niet te geloven dat Amsterdam en Parijs drieënhalf uur treinen met de Thalys uit elkaar liggen, maar dat iedereen reageert als je er geweest bent of je van de maan komt.

Vorige week was ik er. Meest gestelde vraag bij terugkomst: ’Merk je iets van de corona-maatregelen?’

Net zo’n vraag als: ‘Is de Paus katholiek?’

Overal moest je mondkapjes dragen. In de Thalys, in de metro, maar ook in de warenhuizen en ik werd zelfs bij de ingang gecontroleerd op koorts met zo’n plastic pistool tegen m’n slaap. 36,5, loopt u maar door.

Maar er was nog iets aan de hand. Ik ga meestal twee keer per jaar naar La Ville Lumière, de Lichtstad. Altijd stond er een rij Chinezen bij de Louis Vuitton winkel op de Champs Elysées. Nu niet.

Ik liep door de Tuilerieën (de tuinen achter het Louvre) en ik realiseerde me dat ik de laatste jaren de helft niet had gezien omdat het er propvol mensen was. Ik constateerde dat er gewoon weer Parijzenaars op de terrasjes zaten, en dat de Parijse obers hun gevoel voor humor nog niet hebben verloren. Ik vraag in een restaurant of ik een tafeltje kan reserveren. ‘Voor hoeveel personen?’ vraagt de ober. ‘Voor één,’ zeg ik.’O schat, dan kom ik gezellig bij je zitten!’ Natuurlijk deed hij het niet, maar wel lief, je voelt je toch iets minder alleen dan.

Daar vroegen de mensen aan me: ’Wat merken jullie van Corona?’ En ik begon de intelligente lockdown uit te leggen. Allemaal jaloers, want Frankrijk was heel wat strenger.

Het hoogtepunt van mijn reis was toch echt het Atelier des Lumières.

Je moet je een soort fabriekshal voorstellen, muren uiteraard, vloeren en enorme zuilen, alles grijs. En dan ineens begint het. Ze projecteren beelden van schilderijen van Monet, Renoir en Chagal, op schitterende muziek gemonteerd. Het is net of je in het schilderij staat. Ze kunnen deze fantastische projectie maken omdat Atelier des Lumières de grootste vaste video-installatie ter wereld heeft.(atelier-lumieres.com) Wat een feest! L’Atelier bestaat sinds 2018.

Vanwege de vele mooie herinneringen ging ik ook naar restaurant Lucas Carton, op het Place de la Madeleine. Eén ster van de Michelin. Grote teleurstelling. Twee voorgerechten met vis hadden zulke zure saus erbij dat je de vis niet meer kon proeven. Hoofdgerecht: een bonk kip. Aftikken: 230 euro. Volgende dag op een eenvoudig terras: veel lekkerder lunch, drie gangen, 40 euro.

In de Rue de Rivoli, de straat met de  overdekte galerij, waren de winkels nog dicht. Reden voor zwervers om daar in groten getale te gaan liggen. Dat is ook Parijs: extreem arm en extreem rijk, extreem mooi en extreem lelijk, extreem vies en extreem schoon. Daarom ben ik zo dol op die stad.

8 juli 2020