Mijn vader zou het niet geloofd hebben dat ik U een brief schreef.

‘Zij zaten lekker met hun achterste in een zachte fauteuil in Londen, terwijl bij ons in het kamp de mensen die van de honger niet meer konden staan, werden afgeknald.’

Wat jammer dat mijn vader er niet meer is, zodat hij Uw redevoering op de Dam op 4 mei niet meer heeft kunnen horen.

Wat ben ik trots op U. Wat heeft U zich laten zien als een ware Vorst, die begrijpt wat zijn onderdanen hebben meegemaakt. Dat U Uw overgrootmoeder durfde noemen vond ik echte klasse.

U noemde haar ‘Standvastig en fel in het verzet.’ Churchill noemde haar de enige man in het Oorlogskabinet. Maar ze heeft nooit de suggesties van dr.Lou de Jong willen opvolgen om het enorme lijden van de Joden te vermelden in haar toespraken vanuit Engeland. Omdat ze geen uitzonderingen wilde maken. Maar de vernietiging van 100.000 Nederlandse Joden, alleen omdat ze toevallig zo geboren waren, was een uitzondering.

Ik kan dit niet schrijven zonder dat de tranen over m’n wangen rollen. De avond van 4 mei gebeurde dat ook al, en daarna tijdens de herhalingen weer. Misschien kom ik  inderdaad in de fase van een sentimenteel oud wijf, maar ik realiseer me nu pas hoe belangrijk die erkenning van het lijden van de Joodse Nederlanders is. Ik wist niet, dat het voor mij ook zo belangrijk was, ik ben namelijk na de oorlog geboren en mijn moeder was niet eens joods.

Voor mij was het extra speciaal dat U Jules Schelvis als degene noemde, die U het inzicht heeft gegeven. In 1989 maakte ik een documentaire met hem en Lex van Weeren. Die heette ‘De Trompet en het Spiegeltje.’ Daarin vertelde Lex dat hij door voor de Duitsers trompet te spelen, Auschwitz had overleefd. Jules Schelvis vertelde het verhaal van het spiegeltje, dat hij van z’n vrouw had gekregen. Dat spiegeltje wist hij in zeven nazikampen te verbergen. Hij was ervan overtuigd dat als hij het spiegeltje kwijt was hij het niet zou overleven. Zijn vrouw werd vermoord, net als zovele van zijn familieleden.

Ik maakte met beide heren wekenlang opnames en zij gaven mij beiden de boodschap mee: ’Wees ervan overtuigd dat het ooit terugkomt, het anti-semitisme. Het komt altijd terug. Wees alert.’

Ik zou zeggen: laten we eens om ons heen kijken. Naar wat er gebeurt in Amsterdamse restaurantjes. Naar wat er gebeurt als je een keppeltje draagt.

Inderdaad, Sobibor begon in het Vondelpark, zei U zo treffend, met het bordje: ’Verboden voor Joden.’

Zo’n bordje staat er niet meer. Maar een keppeltje afrukken is wat mij betreft hetzelfde.

6 mei 2020