Vijf jaar lang presenteerde ik dagelijks een talkshow waarbij het publiek een belangrijke rol speelde. Soms wilde ik wel met iemand afstemmen hoe ik het  deed, maar er was niemand, nog niet trouwens, die ooit zo’n talkshow presenteerde en ik miste daarom kritische begeleiding. Ik snakte ernaar met collega’s te kunnen overleggen. Ik had dat wel in Amerika gedaan, maar thuis op dagelijkse basis is toch anders.

Misschien dat ik daarom in de veronderstelling verkeer dat presentatoren blij zijn met mijn immer goed bedoelde opmerkingen. Niet dus. Ik kon rekenen op een scheldkanonnade en een ijzige blik die de Vesuvius zou doen bevriezen.

Dus kwam de vraag bij mij op: komt dit nu alleen voor in het zichzelf verheerlijkende Hilversum, of is het een maatschappelijke trend?

Ik sprak met vrienden die op een Ministerie werken. Niet de meest swingende omgeving. Zij herkenden onmiddellijk wat ik vertelde.

‘Wij hadden een man op de afdeling die constant zijn jasje op een stoel smeet, terwijl er een kapstok was. Dus we vroegen hem of hij zijn jas op de kapstok wilde hangen. Hij zei: ’nee’, pakte z’n spullen en beende weg om nooit meer terug te komen.’

Een andere vriend, met een groot bedrijf, had een medewerkster die op de maandagochtendvergadering standaard tien minuten te laat kwam. Toe hij er haar op aansprak, begon ze te huilen en zei ze dat ze wel wist dat hij een hekel aan haar had. Toen het de week daarop weer gebeurde en hij zei dat het toch tenminste irritant was dat de hele vergadering tien minuten op haar zat te wachten, verliet ze snikkend het pand. Niet meer gezien, daarna.

Veronderstel dat het een maatschappelijk fenomeen is, dat mensen niet meer tegen kritiek kunnen. Het verbaast mij niet. Prinsen en prinsesjes zijn opgevoed met het idee dat ze uniek, geweldig, fantastisch en onfeilbaar zijn. Ik hoor kinderen van drie hun moeder in de supermarkt dicteren wat ze willen eten vanavond. En ik hoor maar weinig ouders die hun kinderen corrigeren. Als die in de boze buitenwereld komen, waar gepresteerd moet worden, zijn ze natuurlijk in shock als blijkt dat ze niet zo geweldig zijn als hen thuis werd voorgespiegeld.

Ik bedenk ineens: zou bijvoorbeeld de walgelijke agressie tegen zorgpersoneel hier vandaan kunnen komen? Dat je woedend wordt omdat je soms op je beurt moet wachten, of, ramp, in de rij moet staan? Zou de Twitteragressie daar vandaan komen: ik wil het nu, ik wil het op mijn manier en als het niet lukt dat zal ik iedereen wel eens vertellen wat een *zakken het zijn?

Ik geef toe: ik werd opgevoed met dat ik niks kon en dat ik m’n mond moest houden. Dat is het andere uiterste. Maar iets meer zelfkritiek en je verplaatsen in anderen zou geen kwaad kunnen.

30 september 2020