name head

12 februari 2020 | Door Catherine Keyl | back

Windkracht

Soms ga je voor één nacht weg en lijkt het alsof je een week bent weggeweest. Dat overkwam mij afgelopen weekend.
Af en toe sta ik met Patrick Mackaaij in het theater. Ik doe dan interviews of leid een discussie en Patrick maakt daar mooie muziek bij.
Dit weekend op Texel, in theater ‘De Toegift.’ We reizen afgelopen windstille zaterdag en gaan ervan uit dat die stormvoorspelling overdreven is.
Daar komen we zondagochtend geheel van terug. We rijden naar het noorden van het eiland, bij de vuurtoren, om te zien hoe schriele figuurtjes de storm trotseren en gratis gezandstraald worden.

We hebben ’s middags de voorstelling en voordat we beginnen horen we al dat alle boten uit de vaart zijn genomen.
Onmiddellijk begint mijn telefoon te rammelen. Appjes: Weet je zeker dat je naar Texel gaat?(Lieverds, ik ben er al) We hoorden dat de boten niet varen, wat nu?(Dan blijf ik gewoon een nacht langer.)
Wat gebeurt er toch met mensen en een beetje wind?
Zie ik die vliegtuigen landen met harde tegenwind, ja eng, zeker als je erin zit en het schommelt zo, mijn enige angst is dan dat een van de vleugels de grond aan tipt, en dan ben je natuurlijk de sjaak.

Mijn weerstand tegen al die codes rood en oranje komt eigenlijk uit de tijd dat er eens een code rood voor het hele land was. Ik moest voor een klus naar Drente. Die zei ik dus af, want er werd gezegd de straat niet op te gaan. Alleen, in Drente was niets aan de hand, maar de mensen wel woest dat ik niet was gekomen.

In de pauze weet iedereen dat de veerpont stilligt. Er komen zeker vier mensen naar me toe om ons ‘als we niet meer terug kunnen’ een slaapplaats aan te bieden. Bijzonder, wildvreemden. Er is ook een meneer, die speciaal naar het theater is gekomen om me te bedanken dat ik deze column schrijf. Zulke dingen maken een mens blij.

Als Patrick zijn liedje ‘We zitten met z’n allen op een eiland’ speelt en vraagt of het publiek een arm om z’n buurman of -vrouw wil heen slaan, zie ik dat iedereen braaf doen, ook de mensen die tijdens de discussie het niet eens waren met elkaar.

Ik heb een vriendin aan de telefoon
‘Waar zit je?’ ‘Op Texel,’ zeg ik. ’Ben je gek geworden, daar waait het nog harder!’
Ja klopt,  de wind raast om het theater.
Dan denk ik ineens: als we nou wat meer met elkaar zingen, zouden dan die scherpe randen van de discussie af gaan, zouden mensen wat minder radicaal tegenover elkaar komen te staan, zouden we wat meer naar elkaar luisteren?
Heerlijk toch, de Tweede Kamer verplicht elke dag minimaal twee liedjes zingen waarbij je de armen om elkaar heen slaat. Of zou storm daar echt noodzakelijk bij zijn?

Gelukkig vaart de boot weer ’s avonds en kunnen we naar huis. Aan de wal blijkt het harder te waaien dan op het eiland. Mijn tuinstoelen liggen ongeveer bij de buren.

Reageren?

 

 

cc

column