name head

2 oktober 2019 | Door Catherine Keyl | back

Onterecht

Dat leek me nou leuk, die tentoonstelling in Museum Hilversum over 30 baanbrekende mediavrouwen. In de folder van het museum staat dat de rol van de vrouw in het begin bij televisie traditioneel was. Geen idee wat daarmee bedoeld wordt. Toen ik begon in de jaren zeventig was de rol van de vrouw gewoon niet-bestaand. Ja, de koffie werd rondbezorgd door een vrouw, en misschien was er ergens een schoonmaakster te vinden, maar een rol bij het maken van televisieprogramma’s die was er niet.
Pas in de jaren tachtig begon het allemaal mondjesmaat wat voor te stellen. De drie grote actualiteitenrubrieken hadden eindelijk een vrouwelijke verslaggever: Ria Bremer, Yvonne Habets en ik zei de gek.

Terwijl ik naar het museum toe reed fantaseerde ik hoe ze ongetwijfeld aandacht zouden besteden aan de eerste documentaire over incest in 1984. Dat was in een tijd dat de meeste mensen niet eens wisten wat incest was. Vrouwen vertelden in beeld hoe hun familieleden, broers en neven, hen verkracht hadden. Er was zelfs een meisje bij dat vertelde hoe haar vader haar misbruikte. Hij was overigens rechter. Hij bleek ook nog in het bestuur van de NCRV te zitten en bijna was de uitzending daardoor tegengehouden. Enorm veel stof waaide op naar aanleiding van dat incestverhaal: de “Blijf van mijn Lijf’ huizen werden daarna opgericht.
Of misschien zou het programma ‘Catherine’ wel genoemd worden. De Universiteit van Amsterdam deed indertijd onderzoek naar de effecten van het programma. Het was het eerste (en laatste) audience participated program, oftewel de bezoekers in de studio speelden een belangrijke rol en konden vragen stellen. Elke dag keken er een miljoen mensen naar, vijf jaar lang.

De universiteit vond in dat onderzoek dat de mensen thuis zich door het programma meer gehoord voelden en daardoor meer openstonden voor de democratie. Dat lijkt me nogal wat.
Wij behandelden in die tijd onderwerpen die ook nu nog niet zouden misstaan: alcoholproblemen, verslavingen, transgenders, homoseksualiteit, travestieten. De meeste onderwerpen werden dan ook door het publiek aangedragen.

Als ik bij de ingang van het museum kom staat er een mevrouw achter de kassa en een mevrouw die de kaartjes controleert. Ze kijken een paar seconden verbijsterd naar mij.
‘O God,’ roepen ze alle twee, ’ook raar, jij komt helemaal niet in deze tentoonstelling voor!’
Omdat ik het echt zeker wil weten bekijk ik drie etages tentoonstelling ‘Mediavrouwen’. En inderdaad. Nergens, niet bij de internationale reportages, niet bij de documentaires, niet bij de talkshows. Misschien omdat de tentoonstelling is ingericht met overheidsgeld en sommige programma’s voor RTL gemaakt werden?

Ik weet het niet. Maar het voelt als onterecht. En ik ben er verdrietig over.

Reageren?

 

 

cc

column