name head

17 januari 2018 | Door Catherine Keyl | back

Mietje

Mijn Indiana Jones, de grote man die mij bij alles begeleidt en mij vertelt niet bij de pakken neer te zitten, heeft een enorme dip. ‘Niet in het verleden leven,’ leerde hij mij, ’want dat is al voorbij en niet te veranderen. Niet in de toekomst, dat heb je ook niet in de hand. Leef in het nu.’
Mooie lessen. Maar nu is Indiana zelf aan de beurt. Hij heeft zoals veel oudere mannen plasproblemen. Nietsvermoedend gaat hij naar een specialist. Die zegt dat hij toch maar even naar het ziekenhuis moet komen. Indiana regelt dat natuurlijk als ik er niet ben, lekker handig, ik zit  aan de andere kant van de wereld en kan niets doen.
Dan overkomt hem een nachtmerrie: hij komt bij uit de narcose met een katheter. Er gebeurt iets wat vrouwen niet kunnen begrijpen, denk ik. Zijn mannelijkheid is aangetast. Hij vindt zichzelf totaal nutteloos, ziet het leven niet meer zitten, wil liever meteen dood, kortom, voor iemand die altijd opgewekt is gaat het vrij ver.
Zijn drie dochters en ik reageren op precies dezelfde vrouwelijke manier: ’Nou zeg, doe normaal, je hebt gewoon zo’n zakje, dat is toch niet zo erg?’
Ik vertel hem dat ik iemand ken die dagelijks zwaar lichamelijk werk doet en een stoma heeft. Dat gaat prima.
‘Ik ga daar niet de rest van mijn leven mee lopen,’ verklaart hij plechtig. ’Dan stap ik er liever uit.’
Nu word ik kwaad.
‘Ja luister es, half ouder Nederland loopt met zo’n ding, stel je niet aan, je kunt gewoon van alles doen, reizen, wat je maar wilt. Je moet eens ophouden, je lijkt wel een mietje en een drama-queen.’

Later hoor ik van zijn dochters dat ze precies dezelfde woorden tegen hem hebben gebruikt. Reageren vrouwen dan toch anders op lichamelijke ongemakken?
‘Maar het is  verschrikkelijk, dan moet ik overal die zakken mee naar toe nemen!’
‘Ik zou zeggen, wees blij. Ik moet altijd enorm naar de wc waar geen wc is, zeker niet voor vrouwen, nou dat probleem heb jij in ieder geval niet meer.’
Alleen een flauwe beleefdheidsglimlach komt over zijn lippen.
We gaan samen opnieuw naar de dokter.
‘Er zitten twee verstoppingen in uw plasbuis,’ zegt hij, ‘en ik heb geen idee of ik die tijdens de operatie open kan krijgen. Het zou wel eens een bloederige affaire kunnen worden, waarbij we de boel misschien open moeten snijden. Bereidt u op het ergste voor.’
Ik zie hem wit weg trekken. Voordat hij onder narcose gaat nemen we afscheid alsof het de laatste keer is.

Drie uur wacht ik op de gang.
Als hij bijkomt, blijkt dat het de dokter gelukt is.
Indiana is blij als een klein kind.

Reageren?

 

 

 

cc

column