name head

8 november 2017 | Door Catherine Keyl | back

Jeremëren

Afgelopen tijd viel er weer veel te jeremiëren over de positie van de vrouw. Te weinig vrouwen in de politiek, te weinig in de leiding van grote bedrijven, te weinig in de ICT.
Vroeger zou ik me enorm hebben opgewonden: dat moet nou toch eens afgelopen zijn! Maar tegenwoordig denk ik steeds vaker: eigen schuld, dikke bult.
Dat komt onder anderen door drie gesprekken die ik afgelopen weken had met jonge vrouwen die hun opleiding net hadden afgerond. Een studente psychologie, een HBO-studente en eentje  die kort ervoor haar kappersvakdiploma haalde.
Eigenlijk had ik met alle drie hetzelfde gesprek. Ik feliciteerde hen enthousiast met hun diploma en vroeg wat ze ermee gingen doen. Ik veronderstelde: een eigen zaak beginnen, een eigen praktijk, ergens manager worden? Nou nee, dat niet. Eigenlijk hadden ze alle drie hetzelfde antwoord: ’We gaan beginnen met drie dagen werken.’
Alle drie de vrouwen hebben geen kinderen en geen partner, dus ik reageerde: ’Drie dagen, waarom geen vijf?’
‘We willen tijd houden om leuke dingen te doen. Ik wil regelmatig kunnen skiën, of een weekendje weg naar Ibiza.’
Nou, dat mag van mij natuurlijk, maar ga dan niet zitten zeuren dat vrouwen geen belangrijke posities veroveren.

Het werken in deeltijd is een carrière-killer, laat dat duidelijk zijn. Ondenkbaar dat je in deeltijd in de leiding van een bedrijf komt, een tv-programa kunt produceren of in een managementfunctie terechtkomt.
Het World Economic Forum deed onderzoek naar de positie van vrouwen in  Nederland. Wat bleek? We zijn gezakt van plaats 16 naar plaats 32. Het gemiddelde salaris van een vrouw is de helft van dat van de man. Dat komt natuurlijk door de deeltijdbanen. Vrouwen die carrière willen maken en kinderen krijgen zouden moeten worden ondersteund met betere kinderopvang. Maar in de drie voorbeelden die ik geef is helemaal geen sprake van kinderen, zelfs niet van een partner. Van mij mag je ambitieloos zijn en hopen dat je ooit een partner vindt die het geld voor je verdient, maar dan niet na de scheiding gaan jeremiëren dat je zo weinig geld hebt. Bij scheiding gaat namelijk een kwart van de vrouwen achteruit in inkomen.

Natuurlijk kunnen vrouwen een zetje in de rug goed gebruiken. In Noorwegen en IJsland is een quotum van vrouwen in de Raden van Commissarissen voorgesteld en dat helpt. Ik ben niet zo van de quotums, maar soms is een stimulans nodig.
Het algemene opleidingsniveau van vrouwen stijgt, dus daar is hoop. Alleen moeten we ons wel één ding realiseren: we kunnen natuurlijk met z’n allen stimuleren wat we willen, maar als vrouwen zelf het normaal gaan vinden dat ze maar drie dagen werken, dan vrees ik toch dat het nog generaties gaat duren voor er echte arbeidsgelijkheid is.

Reageren?

 

 

 

cc

column