name head

5 september 2018 | Door Catherine Keyl | back

Engeland

Dit keer ging ik naar Engeland met de stemming die je hebt als je een partner bezoekt die je verlaten heeft. Waarom toch, we hadden het zo leuk samen.
Mijn vriend Peter is van oorsprong Engelsman, hoewel hij zich tegenwoordig Zuid-Afrikaan voelt. Zijn familie woont nog in de buurt van Manchester, dus daar waren wij vorige week.
Toch het idee dat alles ineens langzamer gaat als je het eiland op rijdt. Of is dat vasteland-arrogantie? Misschien is het in Londen niet zo, maar wel in Gatley.

Bij Peter’s zus voor de deur staat een merkwaardige witte plastic doos.
‘Waar is die voor?’ vraag ik en zij legt uit: ’Voor de melkman. Vroeger zetten we de flessen gewoon aan de straat, maar de zilveren doppen werden door de vogels eraf gepikt en dan waren de flessen leeg.’
Ik glimlach hautain: ’De laatste melkboer vertrok bij ons zeventig jaar geleden.’
‘Nou, kan zijn,’ zegt ze, ’maar hij is wel degene die de buurt goed in de gaten houdt. Als iemand een paar dagen niet opendoet, wordt er alarm geslagen.’ Daar dus geen mensen die 10 jaar dood in hun huis liggen zoals in Rotterdam.

We gaan ook naar een B&B in Wales. Ik blijf moeite houden met vaste vloerbedekking in badkamers. Hoeveel gasten hebben er met hun schimmelvoeten opgestaan? Yek.
Ik wist dat Peter van een stevig ontbijt houdt, maar wat ze hier serveren is niet normaal. Hij eet (van één bord):gebakken eieren, spek, witte bonen in tomatensaus, hash brown potatoes (dat is gebakken aardappelpuree) toast met marmelade, saucijsjes en bloedworst. Ik kijk treurig naar mijn yoghurt met muesli die ik al amper naar binnen krijg. En dan ook nog: hij komt niets aan en ik wel.
We bezoeken een paar antieke pubs en het valt me op dat de rokerige drankholen gezellige eetcafés zijn geworden waar veel jonge vrouwen lunchen.
En tenslotte ga ik naar zeker vijf verschillende supermarkten. In Engeland hebben ze namelijk verrukkelijke sauzen voor op de sla, fantastische chutneys en ongelooflijke mosterds.
Soms moet je naar het buitenland gaan om je te realiseren hoe dingen zijn in eigen land. Aan de kassa’s zie ik allemaal vrouwen van middelbare leeftijd, echt opvallend. In Nederland zitten voornamelijk jonge vrouwen bij de boodschappenband besef ik nu. Hoe komt dat? Willen middelbare vrouwen geen kassière zijn of willen de supermarkten geen middelbare vrouwen? Als er zoveel werkeloosheid is onder ouderen zou dit toch een mooi baantje zijn? Maar je hoort vaak dat vrouwen zich te goed voelen voor de kassa, ja zeg, dat werk ga ik niet doen hoor! Alles beter dan tegen vier muren opkijken lijkt me zo. Je zult er geen miljonair mee worden, maar je hebt wel een dag waar je veel mensen ziet.

Reageren?

 

 

 

cc

column