name head

4 september 2019 | Door Catherine Keyl | back

Afscheid

Hoe erg is het om afscheid te moeten nemen van iemand die je liefhebt? Heel erg.

Dertien jaar geleden ontmoette ik Peter tijdens een cruisevakantie. Toen was dat nog romantisch, nu heerst er cruise-schaamte. Mijn vrienden zeiden: ’Begin er niet aan. Hij is twaalf jaar ouder dan jij, hij woont 11000 kilometer verderop in Zuid Afrika, hij spreekt Engels en komt uit een andere cultuur.’
Ze hadden misschien wel gelijk, want we zijn door de tijd ingehaald, maar ik ben toch blij dat ik niet naar hen geluisterd heb. Wat heb ik een mooie dertien jaar gehad! Een boel geleerd. Ik dacht bijvoorbeeld dat ik Engels sprak. Ach, een biertje bestellen ging best, maar een gesprek over gevoel is een heel ander verhaal. Maar vooral: wat heb ik veel van die wijze Peter geleerd! Altijd maakte ik me zorgen: ’Ja maar, wat nou als er dit of dat gebeurt?’ Nooit ‘What if’ denken, leerde hij mij, maar altijd: ’So what?’
Ook niet stilstaan bij wat in het verleden gebeurd is. Dat is voorbij en kan niet meer gerepareerd. Niet filosoferen over de toekomst, die kun je toch niet beïnvloeden.

We hebben samen genoten en gereisd, gelachen en amper gehuild.
Toch maken we een einde aan de relatie.
De laatste maanden begon Peter zich steeds onzekerder te voelen. Met lopen, met opstaan, met in de auto stappen. En op een regenachtige middag zei hij: ’Ik weet niet of ik het volgend jaar wel ga halen, om naar Nederland te komen.’
Hij kwam meestal een maand of zes. Ik begrijp dat als je je wankel voelt het niet prettig is om zo’n grote reis te maken.
‘Ik voel me zwakker worden en dan wil ik dichter bij m’n kinderen en kleinkinderen zijn,’ zei hij op een andere middag.
Zijn dochter heeft een huis op een groot stuk land, ergens in de Kaap, waar ze een klein huisje gebouwd heeft, zodat hij er kan komen wonen.

Maar dat gaat inhouden dat we elkaar dan nog maar een paar weken per jaar zien, namelijk als ik in daar ben. Ik hou van Zuid-Afrika, maar ik heb er verder niks: geen familie, geen vrienden, geen werk. Ik vond dat we reëel moesten zijn. Een paar weken per jaar is geen relatie.

Als ik nu het lege huis in stap zonder zijn vrolijke: ’Hello!’ te horen, word ik heel down. Ik heb besloten me er niet onder te laten krijgen. Ik heb mezelf veroordeeld tot twee keer in de week sportschool, elke dag een wandeling en geen drank.

We blijven dikke vrienden, dat wel. Maar het zal allemaal anders worden. Het is voor het eerst dat ik negatief met ouderdom te maken krijg. En toch tel ik m’n zegeningen.

Reageren?

 

 

 

cc

column